Oorsprong en geschiedenis
De wijnbouwtraditie van Bordeaux gaat terug tot de Romeinse tijd, maar de regio verwierf internationale bekendheid door de handel met Engeland in de 12e eeuw. De Classificatie van 1855 vestigde de hiërarchie van de Médoc-châteaux die tot op de dag van vandaag voortbestaat. De regio doorstond de druifluis, twee wereldoorlogen en talloze marktschommelingen en blijft de mondiale maatstaf voor fijne wijn.
Terroir en klimaat
Het maritieme klimaat van Bordeaux, getemperd door de Atlantische Oceaan en de monding van de Gironde, zorgt voor milde winters en warme, soms vochtige zomers. De linkeroever kenmerkt zich door diepe grindbedden op kalksteen, ideaal voor Cabernet Sauvignon. De klei- en kalksteenbodems van de rechteroever bevorderen Merlot en Cabernet Franc. Entre-Deux-Mers, gelegen tussen de Garonne en de Dordogne, produceert uitstekende droge witte wijnen op kalkrijke bodems.
Belangrijke appellaties
De linkeroever omvat prestigieuze gemeenten als Pauillac, Saint-Julien, Margaux en Saint-Estèphe in de Haut-Médoc, evenals Pessac-Léognan voor zowel rode als witte wijnen. De juwelen van de rechteroever zijn Saint-Émilion en Pomerol, waar merlotgedomineerde cuvées opmerkelijke complexiteit bereiken. Sauternes en Barsac produceren 's werelds beste botrytis-dessertwijnen uit Sémillon, Sauvignon Blanc en Muscadelle.
Iconische wijnen
- Château Lafite Rothschild (Pauillac) — elegantie en uithoudingsvermogen van een Premier Grand Cru
- Château Pétrus (Pomerol) — pure Merlot op klei, een van de duurste wijnen ter wereld
- Château d'Yquem (Sauternes) — het hoogtepunt van de dessertwijnen
- Château Haut-Brion (Pessac-Léognan) — het oudste van de Premiers Grands Crus