Hoe klonen ontstaan
In de loop van eeuwen treden in wijnstokken natuurlijke genetische mutaties op. Wijnbouwers identificeren stokken met uitzonderlijke eigenschappen — kleinere bessen (meer geconcentreerd), dikkere schillen (betere tannines) of ziekteresistentie — en vermenigvuldigen ze vegetatief.
Bekende klonen
- Pinot Noir — Dijon-klonen 115, 667, 777 (zeer gewaardeerd in Oregon en Nieuw-Zeeland); Pommard en Wadenswil klonen (traditioneel)
- Chardonnay — Kloon 76 (Mendoza); Dijon 95, 96 (wereldwijd gebruikt)
- Cabernet Sauvignon — Kloon 337 (populair in Napa)
Klonale diversiteit in wijngaarden
Veel topcoproducenten planten meerdere klonen van hetzelfde ras in één wijngaard voor grotere complexiteit en als bescherming tegen ziekten. Dit biedt ook flexibiliteit bij verschillende rijpingstijden.